|
Zelf vliegen? Hoe gaat een kampje Vliegopleiding Leden vertellen Aanmelden Kosten Activiteiten Over Vleugellam Fotoboek English Links LoginShoutbox
|
Genieten van het uitzicht en spelen met de windBastiaan Lascaris
De 27-jarige BIT-student is lid van de Drienerlose Zweefclub Vleugellam. Een club die op de campus in de luwte opereert: er is weliswaar met `de Stall' een soort clubhuis op de campus, maar vliegen doen de leden - zo'n vijftig in totaal - veelal `buiten de deur.' `In Duitsland kun je echt heerlijk vliegen. Veel ruimte en minder gedoe dan in Nederland. Hier is het allemaal wat bureaucratischer en moet je bij wijze van spreken alles in drievoud aanvragen. En dan nog krijg je geen groen licht. Want dan wil de organisatie bijvoorbeeld zelf ook vliegen waardoor er voor ons minder ruimte is.'
Bastiaan Lascaris raakte twee jaar geleden bevangen door de zweefvliegsport. Een wereld tussen hemel en aarde, die Lascaris op het lijf is geschreven. `Ik wilde vroeger piloot worden, maar dat is er nooit van gekomen. Uiteindelijk heb ik voor een gewone studie gekozen, op de UT. Halverwege m'n studie ben ik lid geworden van Vleugellam, nadat ik me had laten overhalen om mee te gaan op zomerkamp naar Tsjechië De eerste keer werd ik echt gelanceerd. Ik wist niet wat er gebeurde toen ik los kwam! Ik werd helemaal achterin m'n stoel gedrukt. Zoveel druk, zo heftig. Wat was dat gaaf!' Vliegen in Tsjechië is volgens Lascaris het einde. Vooral omdat de thermiek daar beter is. `Je hebt daar thermiekbellen die je binnen één seconde vijf meter verder brengen. Dat heb je in Nederland of Duitsland niet.' Bij dat ene zomerkamp van Vleugellam bleef het niet voor de zwevende UT'er. Want nog steeds is hij regelmatig te vinden op een vliegveld in de buurt. Maar altijd weer een ander vliegveld: `Juist omdat wij als Vleugellam geen vaste thuishaven hebben, zijn wij een veilige vereniging. Simpelweg omdat je door de wisselende omgeving nooit op routine kunt vliegen. Je blijft dus voortdurend scherp.'
En niemand hoeft zich gedwongen te voelen om elk weekend te vliegen. Wij kijken `s morgens gewoon uit het raam en bellen elkaar. `Zullen we gaan vandaag?', is dan de vraag. Het is maar net of we zin hebben om te vliegen.' En dan de competitie, want er worden ook wedstrijden gevlogen. Zo werd Vleugellam in augustus nog derde op het NSK in Eindhoven. En zo zijn er meer wedstrijdweekenden. Records zijn er ook. Het clubrecord van Vleugellam staat op 9 uur en 50 minuten zweven. Afgelopen zomer gerealiseerd, boven Berlijn. En zweefvlieger Lascaris heeft zelf ook een record. Een hoogterecord van 1120 meter. `Of dat hoog is? Welnee, helemaal niet. In Nederland wordt ook wel eens op 1500 meter gevlogen en in Tsjechië gaan ze drie kilometer de lucht in. Maar voor mij hoeft dat niet zo hoog. Voor mij is zweefvliegen genieten van het uitzicht, spelen met windenergie en gewoon lekker sleutelen. Helemaal cool.' Deze tekst is overgenomen uit het interview met het UTNieuws van 17 juni 2004 |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||

Het lid van Vleugellam doet zijn verhaal op zondagavond. Vlak na afloop van een `zweefsessie' in het Duitse Kleve. Lascaris: `Dat was fantastisch. Als je in Duitsland anderhalf uur met je auto rondrijdt vind je zo tien vliegvelden. In Nederland hooguit drie. Behalve over het verschil in grootte, zegt dit ook wel iets over de beleving van de sport in ons land en Duitsland. Bovendien gaat het er bij onze oosterburen een stuk relaxter aan toe. Beetje zweefvliegen, beetje in de zon zitten, beetje barbecuen en een biertje drinken. Echt gaaf. Maar de Duitsers verklaren ons wel en beetje voor gek. Want wij vliegen echt door tot `s avonds half tien. Totdat het donker wordt en langer vliegen niet meer is toegestaan. Ik denk dat wij Nederlanders gewoon profiteren van de optimale omstandigheden in Duitsland. We zijn dat hier niet gewend.'