Vliegopleiding

Wist je dat...
...elk vliegweekend als een korte vakantie voelt?
Een weekendje vliegen is een weekendje er helemaal uit. Geen betere manier om de studiestress af te wisselen!

Zweefvliegers worden altijd weer gegrepen door het spel van langzaam omlaag zweven en daarna weer omhoog cirkelen in opstijgende lucht. Na een poosje vliegen voel je je één met het vliegtuig, één met de stromingen in de lucht. Het toestel doet wat jij wilt. Vaak is het 'hard werken' om het zweefvliegtuig goed gecentreerd in de thermiekbel omhoog te krijgen en soms is het prima zweefvliegweer. Dan is bijna elke bel raak en kun je op zonne-energie honderden kilometers vliegen. Honderden kilometers zonder motor. Op zo'n dag weet je één ding zeker: 'er is geen mooiere sport dan zweefvliegen'.

Zweefvliegen is een sport met veel hoogtepunten. Stap voor stap raak je in die wereld thuis. Steeds is er het stralende gevoel dat je een persoonlijke prestatie verbeterd hebt en direct daarna begin je al weer te denken aan de volgende uitdaging, beter, verder, hoger of nog sneller. Deze sport blijft voor de beginner en de gevorderde vlieger altijd fascineren. Deze website beschrijft de opleiding voor het zweefvliegen. De zweefvliegopleiding bestaat uit drie delen. EVO, VVO-1 en VVO-2.

EVO

Je begint met de Elementaire Vlieg-Opleiding (EVO). Dit is de opleiding van de eerste start tot de eerste solovlucht. Deze opleiding staat beschreven in het boekje EVO (dat je voor € 5,- bij de club kunt kopen). In het EVO-boekje wordt eerst uitgelegd wat je over de veiligheidsregels op de startplaats moet weten en daarna wordt in 24 lessen, gekoppeld aan circa 50 lesvluchten, de basisopleiding tot en met de eerste solo-vlucht beschreven. Iedereen doet de zweefvliegopleiding in eigen tempo. De meeste zweefvliegers zijn het eerste jaar hoofdzakelijk bezig met de EVO-opleiding.

VVO-1

Wanneer je de eerste solovlucht gemaakt hebt begint de voortgezette opleiding voor het zweefvliegen (VVO-1, voortgezette vliegopleiding). De VVO-1 beschrijft de lessen van de eerste solovlucht tot en met het praktijkexamen. Deze opleiding staat beschreven in het boekje VVO en bevat 3 hoofdstukken: een veilig vliegbedrijf, praktijkoefeningen en kunstvliegen. De meeste zweefvliegers zijn hier het tweede jaar van hun zweefvliegopleiding mee bezig. De VVO-1 leidt op voor het praktijkexamen. Daarnaast moet je ook een theorie-examen doen. De eisen daarvoor vind je onder GPL.

GPL

Net als bij het rijbewijs moet je voor het zweefvliegbewijs (GPL) een theorie- en een praktijkexamen doen. GPL betekent: Glider Pilot's license. Dat is de internationale naam voor het zweefvliegbewijs. Met je GPL ben je instaat om zelfstandig de weersomstandigheden en de status van het vliegtuig in te schatten op vliegbaarheid. Je kunt nu zonder toezicht van een instructeur vliegen, waar je wilt.

VVO-2

Na het theoretische en praktische examen mag je overlandvluchten maken. Voor veel zweefvliegers is dit het mooiste onderdeel van de sport. De oefeningen voor het overlandvliegen vallen onder VVO-2.

Brevetten

Zweefvliegers kunnen de volgende brevetten halen:

B-brevet

Vijf solovluchten van ten minste 60 seconden, met tijdens elke vlucht ten minste één volle cirkel, waarbij in een van tevoren aangegeven richting geland dient te worden.

C-brevet

Een vrije vlucht in stijgwind van ten minste 5 minuten boven het punt van het begin van de stijgvlucht. Wanneer een vlucht na een lierstart langer duurt dan 30 minuten wordt aangenomen dat aan deze eis is voldaan. In het eerste geval dient een barograaf meegenomen te worden voor het bewijs.

D-brevet

Dit heet ook wel zilveren C, omdat het bijbehorende insigne gelijk is aan het insigne van het C-brevet; alleen zit er nu een zilveren lauwerkrans om. Bij al de onderstaande breveteisen moet je een barograaf als bewijs gebruiken behalve bij de vijfuurspoging. Voorwaarden voor het verkrijgen van het D-brevet:

  • een vlucht van 5 uur (als het veld van starten hetzelfde is als het veld van de landing, is een verklaring van een sportcommissaris voldoende en heb je geen barogram nodig)
  • een overlandvlucht van minstens 50 kilometer
  • een hoogtewinst van 1.000 meter.

E-brevet (goud)

  • 300 km afstand in rechte lijn, retour of als driehoek
  • 3.000 meter hoogtewinst.

F-brevet (diamant)

  • 500 km afstand
  • 5.000 meter hoogtewinst
  • 300 km doelvlucht met terugkeer naar het startpunt via 1 of 2 keerpunten.

1000 km Brevet en Diploma

  • 1000 km vlucht
Wist je dat...
...er ook wedstrijden in zweefvliegen zijn?
Zweefvliegen wordt ook in wedstrijdverband beoefend, waarbij het de bedoeling is om zo snel mogelijk een bepaald parcours af te leggen. Ook in het kunstzweefvliegen worden wedstrijden gehouden.

Sportcode zweefvliegen

Wie een van deze brevetten wil halen of bijv. een diploma voor een vlucht van 1000 km wil behalen, moet z'n prestatie verrichten volgens de regels van de Sportcode Zweefvliegen en een sportlicentie hebben. De Sportcode Zweefvliegen wordt opgesteld door de FAI (Fédération Aeronautique Internationale). Een sportlicentie krijg je door je daarvoor aan te melden bij de KNVvL. In de sportcode staat beschreven aan welke regels een aanvraag moet voldoen en welk bewijs geleverd moet worden.
Zie ook: Commissie Sportzaken Zweefvliegen (KNVvL) CSZ

Sportcommissaris

Elke club beschikt over een aantal sportcommissarissen. Een sportcommissaris tekent vóór de vlucht het de barogram en het opdrachtpapier af. Vervolgens fotografeer je voor de vlucht het opdrachtpapier. Tijdens de vlucht maak je keerpuntfoto's in de fotografeerzone en na de vlucht maak je op de grond een sluitfoto. Je vraagt een brevet aan door middel van een aanvraagformulier, dat ook weer door de sportcommissaris moet worden ondertekend. De gemaakte foto's moeten ontwikkeld worden zonder dat daarbij de film wordt verknipt. Gebeurt dit per ongeluk toch dan moet je kunnen aantonen dat het één film was.

Barograaf

De barograaf levert de bewijsstukken voor de brevet- en recordvluchten door op een papierstrook de hoogte tegen de tijd te registreren. De barograaf moet jaarlijks geijkt worden. Barografen kunnen niet tegen zand, vocht en hevige schokken.